Vogels in de kop

Vogelsindekop1en2

Tekst
Jan Desmet

Uitgave
Uitgeverij Atlas 2009
deel 1: 398 pag’s, ISBN 978 90 450 1234 6
deel 2: 464 pag’s, ISBN 978 90 450 1398 5
deel 3: verschijningsdatum niet bekend
beide delen 23 x 15 cm

€ 24,90 per deel

Vogels in de kop
Over de menselijke kijk op vogels


Verzamelaars zijn er in soorten en maten. Jan Desmet verzamelde ruim twintig jaar lang vele duizenden berichten uit Nederlandse en Belgische dagbladen waarin vogels voorkwamen. Die rubriceerde hij zorgvuldig. Deze monnikenarbeid leverde drie boeken op.

Desmet presenteert niet alleen alle krantenkoppen in een geordend overzicht, maar hij plaatst ze in het tijdsbeeld, verklaart ze en voorziet ze van achtergronden en commentaar. Uit zijn verbindende teksten blijkt duidelijk dat Desmet naast een gerenommeerd vogelaar ook een begenadigd schrijver is.

Deel 1 bevat algemene onderwerpen zoals: oervogel, eieren, veren, vogelziekten, stookpieten en vogelbescherming. In deel 2 worden in alfabetische volgorde, van Aalscholver tot Lepelaar, de krantenartikelen behandeld die gaan over de vogels die in het nieuws waren. In het nog te verschijnen deel 3 worden ongetwijfeld de vogels van K t/mZ behandeld.

Juist door het vertellen van de verhalen om die knipsels heen, door de achtergronden en het schetsen van de wijze waarop vogels in het nieuws komen, plaatst Desmet de artikelen in een groter verband, en dat maakt de serie volgens mij ook voor niet-vogelaars aantrekkelijk.

Toch past er een ‘maar’ bij deze serie. Als echte verzamelaar wil Desmet zijn gehele collectie laten zien en verantwoording afleggen over zijn verzamelmethode. Het is een beetje als de vrienden die een dia-avondje geven na hun vakantie. Alleen voor zichzelf zijn alle plaatjes even leuk; de visite zou graag alleen de hoogtepunten zien.

Zo legt Desmet in 19 pagina’s uit hoe zijn verzameling tot stand is gekomen. En aan het eind van deel 1 zijn bijna 90 bladzijden gereserveerd voor een toch tamelijk droge opsomming van krantenkoppen van alle vogels die het nieuws haalden, volgens de taxonomische indeling. Ook bij de bespreking per soort, in deel 2, zou een beperking op zijn plaats zijn.

Anderzijds mis ik juist aansprekende illustraties. Zo nu en dan wordt een hoofdstuk voorafgegaan door een zwart-wit fotocollage van knipsels. Waarom geen mooie vogelfoto’s of -tekeningen om het geheel te verluchtigen?

Ronald Klingers, 6 mei 2009