260821 Klauwieren nemen grote omweg


* Grauwe klauwier, Lanius collurio, Red-backed Shrike, Pie-grièche écorcheur, Neuntöter *
Twee jonge grauwe klauwieren met hun moeder (rechts) in de top van een struik op de Benderse Berg op het Dwingelderveld.

In 1985 broedden er volgens Sovon (Vogelonderzoek Nederland) nog maar zo’n honderd paartjes grauwe klauwieren in ons land.
‘De afname is het gevolg van een enorme verarming van insecten (voedsel) in zowel natuurgebieden als agrarische landschappen,
verergerd door het verdwijnen van kleine landschapselementen (nestplaats). Het recente herstel (naar zo’n 2000 paartjes)
houdt verband met droge, voedselrijke zomers, lokaal gunstig terreinbeheer maar is ook onderdeel van een internationaal proces.’
Ondanks hun vreselijke bijnamen als negendoder en slachter, zijn het prachtige zangvogels die wel eens een muisje/vogeltje lusten.
Alleen al op het Dwingelderveld broedden dit jaar 85 paartjes (vorig jaar 70). Mogelijk mede door de sterke aanwas van struiken.
Grauwe klauwieren speuren graag naar (grote) insecten en andere prooien vanaf hogere posities. Daarom zie je ze ook vrij makkelijk.
De afgelopen weken zijn de meeste naar zuidelijk Afrika vertrokken. Ze vliegen dan om het oosten van de Middellandse Zee heen!




* Grauwe klauwier, Lanius collurio, Red-backed Shrike, Pie-grièche écorcheur, Neuntöter *
Van boven naar beneden: jonge vogel (‘getekende’ vleugels), vrouwtje (egale vleugels) en een mannetje.


* Kraanvogel, Grus grus, Common Crane, Grue cendrée, Kranich *
Augustus is geen maand dat kraanvogels erg actief zijn. Dit koppel zat op zeer grote afstand bij de Meeuwenplas.


* Indische gans, Anser indicus, Bar-headed Goose, Oie à tête barrée, Streifengans *
Zo’n twintig jaar geleden zag je, zeker in West-Nederland, best veel Indische ganzen. Ontsnapte en verwilderde exemplaren.
Hun aantal is intussen flink afgenomen. Er zijn nog enkele tientallen broedparen, vooral in Holland en Zeeland.
Dit is een jonge vogel, nog zonder de kenmerkende strepen op de kop, in groepen andere ganzen in Zoeterwoude.


* Witgat, Tringa ochropus, Green Sandpiper, Chevalier cul-blanc, Waldwasserläufer *
Ik verbaas me regelmatig over het verschil in schuwheid van vogels. Sommige soorten laten zich makkelijk benaderen,
andere vliegen al weg als je alleen maar naar ze kijkt (steenuil). Witgatjes bijvoorbeeld vliegen veel eerder weg
dan tureluurs of kieviten. Waarom? In elk geval kon ik dit witgatje op de Benthuizerplas fotograferen tussen het riet door.


* Kleine karekiet, Acrocephalus scirpaceus, European Reed Warbler, Rousserolle effarvatte, Teichrohrsänger *
Een jonge kleine karekiet met nog een geheel gaaf verenkleed. Tijdens de winterrui krijgt hij het volwassen kleed.
Kleine karren lijken op bosrietzangers maar hebben een warmere bruine stuit, langere snavel en fellere witte oogring.


* Roodborsttapuit, Saxicola rubicola, European Stonechat, Tarier pâtre, Schwarzkehlchen *
Vrouwtje roodborsttapuit met voedsel. Ben gauw doorgereden en op afstand zag ik dat ze meteen haar staartloze kuikentje ging voeren.


* Weideschaduwwants, Lygus pratensis, Punaise des prés, Gemeine Wiesenwanze *
* Tandzaadboorvlieg, Dioxyna bidentis, Bur-marigold Fly *
Twee insecten op boerenwormkruid in het Bentwoud: een weideschaduwwants (links) en een tandzaadboorvlieg.
Weideschaduwwantsen kunnen heel goed/ver vliegen. Zoals alle boorvliegen heeft ook de ’tandzaad’ een mooie vleugeltekening.