260817 Vliegvlugge vier



* Bruine kiekendief, Circus aeruginosus, Western Marsh Harrier, Busard des roseaux, Rohrweihe *
Net terug van bijna twee weken Drenthe ben ik zaterdagmorgen naar de jonge bruine kiekendieven in Moerkapelle gegaan.
Ik was al op de hoogte gehouden dat het viertal voorspoedig was gegroeid en dat ze oefenvluchten maakten.
Ze huppelden en vlogen rond in de buurt van het nest: waarschijnlijk worden ze nog hooguit een week gevoerd.
Dan moeten ze zelfstandig prooien gaan vangen. Vanmorgen maakten de vier rondjes op honderden meters van het nest.
Jonge kieken onderscheiden zich van vrouwtjes door hun eigele kruin en keel op een (nagenoeg) gaaf donkerbruin verenkleed.




* Bruine kiekendief, Circus aeruginosus, Western Marsh Harrier, Busard des roseaux, Rohrweihe *
Jonge kiekendief vangt behendig een prooi die pa naar hem gooit. Zo’n razendsnelle overdracht is nauwelijks te volgen.
Het is een subliem staaltje van vliegtechniek, ongetwijfeld aangeboren. Je moet dezelfde snelheid hebben als de oudervogel,
de onderlinge afstand mag niet te groot of te klein zijn en dan moet je een snel vallende prooi nog vangen ook!

Precies een maand geleden zag ik in een korenveld in Moerkapelle, pal tegen het Bentwoud, bruine kiekendieven.
Ben naar de boer gegaan en heb hem gevraagd of de Werkgroep Roofvogels Rijnland met een drone mocht vliegen
om het nest op te sporen en eventueel af te zetten. De landbouwer stond echter al op het punt om te gaan dorsen.

We zijn met zijn auto het uitgestrekte landbouwgebied opgereden en ik heb aangewezen waar het nest ongeveer lag.
Hij zou er tijdens het combinen rekening mee houden – als hij althans het nest zou kunnen lokaliseren.
De volgende morgen zag ik dat hij gelukkig het nest gevonden had en een (klein…) plukje zomertarwe had laten staan.
Nu maar hopen dat vos of havik of andere predator de kuikens (de boer had vier donsjongen geteld) niet zouden vinden.
Dat bleek de weken daarna niet het geval en al spoedig kreeg ik van ‘mijn’ waarnemers positieve berichten over het kwartet.
Ze moeten nu nog een paar dagen volhouden om geheel zelfstandig te zijn. Hopelijk kunnen ze voldoende prooien vinden.

Hier moet iets van mijn hart. In de afgelopen decennia heb ik diverse keren meegemaakt dat fotografen niets doen
als een dier/vogel in nood verkeert. De goeden niet te na gesproken. Maar het had hier gruwelijk mis kunnen gaan.
Van fotografen hoorde/las ik dat ze het nest al eerder hadden ontdekt. Maar niemand had iets ondernomen.
Als ik het voederen had gemist – en die kans is groter dan dat je het ziet – waren de jonge kieken in mootjes gehakt.


* Watersnip, Gallinago gallinago, Snipe, Bécassine des marais, Bekassine *
* Kokmeeuw, Chroicocephalus ridibundus, Black-headed Gull, Mouette rieuse, Lachmöwe *
Een foeragerende watersnip op de Benthuizerplas. Na het broedseizoen zijn op deze plas altijd watersnippen te vinden.



* Rozenzaadwesp, Megastigmus rosae, Rose Seed Chalcid, Megastigmus du rosier, Rosen-Samenwespe *
* Viergevlekte sapkever, Glischrochilus quadrisignatus, Four-spotted Sap Beetle, Nitidule à quatre points, Picknickkäfer *
* Havikskruidboorvlieg, Noeeta pupillata, Hawkweed Picture-wing Fly, Mouche de l’épervière, Habichtskrautblüten-Bohrfliege *
Als we in Drenthe zijn, gaan we altijd naar onze lieve vriendin Jeanette Essink en haar partner Arp (hij was er nu niet).
In haar uitgestrekte tuin in Koekange met inheemse planten krioelt het werkelijk van de meest aparte insecten.
Een ‘sociaal bezoekje’ biedt te weinig tijd om veel vast te leggen, maar de zeldzame rozenzaadwesp staat steevast op het menu.
Jeanette heeft er een hele studie van gemaakt. Verder ‘viervlekkevers’ op rottend fruit en ook al zeldzame havikskruidboorvliegjes.


* Heideblauwtje, Plebejus argus, Silver-studded Blue, Argus Bleu, Geißklee-Bläuling *
Parende heideblauwtjes op de Dwingelose Heide. Heideblauwtjes moeten het hebben van droge en vochtige heidevelden.



* Kommavlinder, Hesperia comma, Silver-spotted Skipper, Virgule, Komma-Dickkopffalter *
Een (zeer) zeldzaam vrouwtje kommavlinder op het Dwingelderveld. Het aantal kommavlinders neemt bij ons geleidelijk aan af.
Mannetjes hebben op de bovenzijde van de vleugels een opvallende geurstreep – het enige verschil met vrouwtjes.
De oorzaken van de achteruitgang van dieren die aangewezen zijn op specifiek(e) omstandigheden en voedsel, zijn bekend.
Door stikstofuitstoot groeien open zandgronden en heide dicht, droge zomers en gebrek aan nectar doen de negatieve rest.
De oorsprong van de naam kommavlinder is wat vaag. De wetenschappelijke naam verwijst naar de geurstreep van het mannetje.
De Vlinderstichting schrijft dat de grotere, gebogen vlek op de onderkant de vorm heeft van een komma. Met wat fantasie…