De mega-omnivogel

Auteur
Giselle Clarkson

Illustraties
Giselle Clarkson

Vertaling
Bibi Dumon Tak

Uitgave
Uitgeverij Lannoo 2026
96 pagina’s, 26 x 30 cm, harde omslag
ISBN 978 90 5996 602 4
€ 21,99

Leeftijd
Vanaf 8 jaar

Oorspronkelijke titel
Omnibird: An Avian Investigator’s Handbook
Gecko Press 2025

De mega-omnivogel

Een gids voor nieuwsgierige vogelspotters

Op de omslag staat: ‘Onderzoek doen naar een vogel is zoiets als het oplossen van een puzzel. Om alle stukjes op de juiste plek te krijgen moet je naar de juiste aanwijzingen kijken.’ In deze uitgave krijgen kinderen veel puzzelstukjes aangereikt. Het begint met de illustratie van een ‘gewone’ kip. Die wordt in puzzelstukjes opgedeeld, waardoor het geen gewoon dier meer is, maar een samensmelting van allerlei speciale onderdelen waarover je je kunt verwonderen.

Vanuit dat concept is het boek samengesteld, want: ‘We vergeten soms dat de dingen die we dagelijks om ons heen zien, eigenlijk heel bijzonder zijn. We zouden ertegen in opstand moeten komen om alles maar normaal te vinden. Je schouders over gewone dingen ophalen is erger dan in je neus peuteren.’

Er zijn geen lappen tekst, maar kernachtige beschrijvingen bij vaak grappige afbeeldingen, wat voor een kind vanaf 8 jaar veel uitdagender is om te lezen dan een grijze bladzij vol letters. Op een vriendelijke toon spreekt de auteur je aan. Het is alsof ze met je in gesprek is.

Het begrip ‘omnivogelaar’ krijgt invulling door de beschrijving van allerlei onderdelen van een flamingo. De humor is nooit ver weg. Met een gebogen nek vraagt de flamingo in een praatwolkje of de bladzijde niet opgerekt kan worden. Over twee pagina’s afgebeeld zie je de anatomie van een omnivogel van de buitenkant (zonder veren). De illustratie op de volgende twee bladzijden tonen de binnenkantse anatomie van een omnivogel.

Alle aspecten van het vogeluiterlijk wordt getoond: snavels, tongen, kopversierselen, voeten, veren, eieren enz. Niet oppervlakkig, maar met verdiepende teksten en illustraties zoals de beschrijving van ‘de reis van het ei naar het nest.’

De auteur bespreekt enkele soorten eenden en zwanen, meeuwen, pinguïns, duiven enz. Bijzonder leuk en informatief vind ik de beschrijvingen van huismussen, spreeuwen en lijsters. Niet alleen in het wild levende vogels passeren de revue, een flink aantal pagina’s zijn gewijd aan kippen. Met als praktische tip hoe je een kip oppakt.

Mocht ik nog voor de klas staan, dan zou ik dit boek zeker in de schoolbibliotheek willen hebben, vanwege de compleetheid, de leesbaarheid en de humor. Maar ik ben bang dat internet en AI het van de boeken hebben overgenomen. Mocht je kind of kleinkind enige interesse in de vogelarij tonen, dan is ‘De mega-omnivogel’ aan te raden. Ik denk dat je ze er blij mee maakt.

Ko Katsman, 17 juli 2026