Het vreemde leven in de oceaan

Auteurs
Jan Mees en Colin Janssen

Illustraties
Hendrik Gheerardyn e.a.

Uitgave
Uitgeverij Academia Press 2026
280 pagina’s, 14 x 21 cm
ISBN 978 90 599 6115 9
€ 29,99

Het vreemde leven in de oceaan

Van diepzeemonsters tot microben

Zelden hebben verhalen over het mysterieuze leven in oceanen en diepzeeën me zo geboeid als in ‘Het vreemde leven in de oceaan’. Ongelooflijk wat zich daar afspeelt, voor zover we dat althans weten, en dat alles wordt heel begrijpelijk uitgelegd.

Het gevecht van kapitein Nemo tegen gigantische inktvissen, het geheimzinnige beest van Loch Ness, het zeemonster Leviathan: hun vertelsels hebben generaties lezers geboeid. Fantasie, maar altijd met twijfels, want onder water kun je niets zien en je weet maar nooit…

De zeebiologen Jan Mees en Colin Janssen rekenen niet alleen krachtig af met al die oude verzinsels, maar beschrijven ook de nog talloze raadsels die de oceanen en met name de diepzeeën wél bevatten. Daarvan is nog maar een kwart onderzocht, er valt nog erg veel te ontdekken.

Hun reis door de oceanen bevat heel wat boeiende en verrassende, actuele wetenswaardigheden, het duizelt je soms. Er bestaat en ontstaat zo veel leven in oceanen, dat de leefbaarheid en het voortbestaan van onze planeet daarvan afhankelijk is.

Microben vormen het kloppend hart van de oceanen, de vrijwel onzichtbare bacteriën die de chemie van het water regelen, de basis zijn van de voedselketen, organisch afval verwerken. Geschat wordt dat de oceanen 10.³⁰ cellen van bacteriën bevatten, een 1 met daarachter dertig nullen! Bij elkaar is hun gewicht groter dan dat van alle dieren op aarde.

Het grootste organisme is de blauwe vinvis, het grootste dier dat ooit op aarde heeft geleefd. Geëvolueerd uit een klein landzoogdier ter grootte van een vos tot een reus van dertig meter lang die 170 ton kan worden. Haaien (vissen!) kunnen heel erg oud worden: de Groenlandse haai, zo blijkt uit analyses van het oogweefsel, worden minstens 275 jaar, mogelijk zelfs meer dan vijfhonderd jaar oud.

Hoe intelligent zijn zeedieren? Potvissen (walvissen) hebben een hoge (niet-menselijke) intelligentie en mogelijk ook een bewustzijn. Ze hebben een complexe vorm van communicatie met klikgeluiden. Andere dieren, zoals octopussen, communiceren met kleuren.

Zo staat dit boek vol met verbazingwekkende feiten over een wereld waarvan we nog maar zo weinig weten. Over de voor veel diepzeebewoners van levensbelang zijnde mangaanknollen, die slechts enkele millimeters per miljoen jaar groeien en die vanwege hun rijkdom aan metalen door de industrie zo begeerd worden. Over walvisvallen, karkassen van walvissen die decennia lang een oase van leven vormen voor zeedieren, over de koraalriffen, de regenwouden van de oceaan.

Deze wereld moeten we met al ons vermogen beschermen omdat ons (voort)bestaan ervan afhangt. De beide hoogleraren laten daar geen misverstand over bestaan in hun uiterst fascinerend boek, met fraaie illustraties van Hendrik Gheerardyn en reproducties van historische kaarten en oude zeemonsters.

AdG, 3 juli 2026