Auteur Uitgave |
Duif Over een alomtegenwoordige maar ondergewaardeerde stadgenoot Stadsduiven. Veel mensen hebben er een hekel aan. Ze worden vaak vliegende ratten genoemd. En als mensen er al geen hekel aan hebben, worden deze duiven vaak over het hoofd gezien. Maar waar komt die haat en onverschilligheid vandaan? De haat komt voort uit de overlast die zij door hun aantallen veroorzaken en de angst dat duiven enge ziektes op de mens overbrengen, en de onverschilligheid uit het feit dat volgens velen stadsduiven geen boeiende vogels zijn: grijs, een beetje viezig en overal in ruime mate aanwezig. Irwan Droog weerlegt beide vooroordelen. Zo schrijft hij dat stadsduiven zeker niet meer ziektes overbrengen dan andere vogels, en waarschijnlijk minder dan huisdieren, omdat mensen met hun hond of kat een veel intensiever contact hebben. En als iemand de moeite wil nemen om de duiven beter te observeren, blijken het bijzonder intelligente en boeiende wezens te zijn. Droog somt de bij stadsduiven voorkomende ziektes en aandoeningen op. Het blijkt dat de meest voorkomende aandoening de zogeheten ‘stringfoot’ is. Stringfoot wordt veroorzaakt door draden en haren die om de poten van de duiven gaan zitten, en de bloedsomloop steeds verder afknellen, tot de tenen of de poot van de duif afsterven. De duif verzwakt en daardoor is hij of zij ook veel vatbaarder voor andere kwalen, die de viezige aanblik van sommige duiven verklaren. Mensen die weleens de moeite hebben genomen om naar stadsduiven te kijken, zullen de vele gevallen van duiven met geamputeerde poten of tenen wel herkennen. Ik dacht altijd dat het kwam omdat duiven in vorstperiodes aan koude dakgoten vastvroren, maar dat blijkt dus onjuist. De mens is daarmee de belangrijkste oorzaak van de duivenellende. Waarom juist duiven last hebben van stringfoot is hoogstwaarschijnlijk te verklaren uit het feit dat duiven vaak in korte rondjes lopen; niet alleen tijdens de balts, maar ook bij het zoeken naar voer. Touwtjes, haren en elastiek trekken zich daarbij steeds strakker om de poot. Gelukkig zijn er ook mensen die zich wel om het lot van stadsduiven bekommeren, en die tijdens het voeren ontdekten wat de oorzaak van de afgestorven poten is. Zij vormen inmiddels een kleine community van ‘destringers’, mensen die met lokvoer, nagelschaartjes en antibiotica de duiven helpen. In de eerste fase, als de poot van de duif nog niet ontstoken is, is dit meteen afdoende. Ernstiger gevallen worden vaak behandeld in de vogelopvang of dierenasiels. Daarna zijn er mensen die de stadsduiven verder helpen te revalideren voordat zij worden vrijgelaten. Er zijn ook duivenliefhebbers die nog verder doordenken. Zij vinden die aandacht voor individuele duiven niet ver genoeg gaan, omdat het lijkt op dweilen met de kraan open. Er komen steeds nieuwe duiven bij, die moeten leven van inferieur eten en daardoor vatbaarder zijn voor ziektes. Deze mensen hebben bedacht dat duiventillen, waarin de stadsduiven worden opgevangen, en goed voer krijgen, een oplossing kunnen bieden. Om de aantallen stadsduiven en daarmee de overlast voor de stad te verminderen, worden de eitjes die die duiven in de til leggen, vervangen door nep-eieren, of de duiven krijgen met hun voer anticonceptie toegediend. Zo neemt de populatie af en blijven de individuele duiven veel gezonder. Droog is door toeval (hij hielp een gewonde Turkse tortel) in deze wereld beland. Als journalist heeft hij zich vervolgens verdiept in alle facetten, zowel in eigen land als in de buurlanden. Hij observeerde en hielp zelf duiven, sprak duivenexperts, draaide mee op de dierenambulance, volgde reddingswerkshops en dook in de duivenliteratuur. Dat leverde dit prachtige boek op. Droog schrijft heel toegankelijk. Hij heeft bij mij weten te bereiken dat ik anders naar de stadsduiven ben gaan kijken. Net als hij vind ik dat deze slimme, uiterst sociale en vaak miskende vogel onze aandacht verdient. Ronald Klingers, 3 juli 2026
|
Duif
|
|