Auteur Illustraties Uitgave |
Door de ogen van een vogel Hoe is het om een vogel te zijn? Hoe kijkt een vogel naar de wereld? Kunnen wij door de ogen van een vogel naar de wereld kijken? Hoe is het om een vogel te zijn? Op deze en vele andere vragen probeert de schrijver een antwoord te vinden. Dat is niet eenvoudig, want hoe voorkom je dat je te veel menselijke eigenschappen in een vogel legt? Dat je eigen belevingswereld het uitgangspunt is? Probeer daar maar eens een antwoord op te vinden. Fundamenteel is dat wij weigeren te accepteren dat we dier zijn en dat het dier-zijn er voor ons toe doet. Op veel vlakken gedragen we ons nauwelijks anders dan dieren. Cools probeert de kwesties te bezien vanuit het perspectief van de vogel. Een autonoom dier dat per soort en zelfs per individu verschillende eigenschappen bezit. De ene soort leeft graag in groepen met sociale structuur zoals de blauwe eksters die hij vanuit zijn finca in de Extramedura nauwkeurig bestudeert. Een solitaire slechtvalk zoekt het liever in zijn eentje uit. De schrijver verbindt heel kunstig wetenschappelijke feiten aan filosofische beschouwingen. Zo lezen we dat niet het volume van de hersenen bepalend is voor de vogelintelligentie, maar de dichtheid van de zenuwcellen. In hetzelfde hoofdstuk stelt hij dan een aantal vragen die met denkvermogen te maken hebben. Kunnen vogels vooruitdenken? Hebben ze zelfbeheersing? Veel hoofdstukken zijn gewijd aan een bepaalde soort. Dat leest als een ode aan die vogel. Bewondering is altijd dichtbij. De intelligentie van een raaf, de schoonheid van hop en bijeneter, de dans van een kraanvogel, het reisvermogen van een tapuit enz. Het knappe is dat naast bewondering, wetenschappelijke feiten een plaats in de tekst krijgen. Daardoor is het geen droge opsomming van wetenswaardigheden, maar een leesbaar verhaal, dat soms oude inzichten onderuithaalt. Zoals over de bonte vliegenvanger. Tegenwoordig hoor je nog regelmatig dat het broedsucces van de bonte vliegenvanger nadelig beïnvloed wordt doordat ten gevolge van klimaatverandering de rupsenpiek eerder in het voorjaar is. Cools houdt nauwkeurig de aankomstdatum van bonte vliegenvangers in het voorjaar bij. Dertig jaar geleden arriveerde de eerste rond 1 mei, nu komen ze al in de eerste week van april aan. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een illustratie van de schrijver. Elke afbeelding is een kunstwerk op zich. Hij heeft geput uit zijn eigen etsen, tekeningen, aquarellen en olieverfschilderijen, om ze vervolgens in zwart/wit te laten afdrukken. De grote passie van Cools zijn kauwen. Zijn boeken ‘Kauwen in de spiegel’ en ‘de Kauwentuin’ zijn standaardwerken voor de vogelliefhebber. In deze uitgave zijn kauwen dan ook nooit ver weg. In veel hoofdstukken krijgt hij/zij een plekje. Het laatste hoofdstuk heet ‘Een transkauw als slotverklaring’. Cools’ verlangen is duidelijk: hij wil in een kauwenlichaam wonen om zich te tonen zoals hij werkelijk is. Het zou voor hem een bevrijding zijn. Nog een droge opmerking tot slot. De laatste pagina’s worden gevuld met een uitgebreide, internationale literatuurlijst. Een bewijs dat de auteur bij het schrijven van dit boek niet over een nacht ijs is gegaan. Ko Katsman, 5 juni 2026
|
Door de ogen van een vogel
|
|