260320 Vroeg porseleinhoen


* Porseleinhoen, Porzana porzana, Spotted Crake, Marouette ponctuée, Tüpfelsumpfhuhn *
Gistermorgen, Nieuwe Driemanspolder in Zoetermeer. Drie fotografen hebben hun camera’s laag op het riet gericht.
Ze hadden een waterral horen roepen en kijk, daar loopt ‘ie! Het zijn vogels die zich meestal maar kort vertonen,
dus geen verrekijker gepakt maar meteen mijn camera en wat foto’s gemaakt voordat de vogel in de begroeiing verdween.
Dit zou, mede door het tegenlicht, geen mooie plaatjes gaan opleveren. Dus besloot ik om meteen door te fietsen.
Pas later thuis bekeek ik de foto’s en tot mijn verrassing stond er een zeldzaam porseleinhoentje op!
Die rallen overwinteren in Afrika, de eerste zijn nog maar net in ons land gesignaleerd. Dus een hele vroege.
Waarschijnlijk maakte het hoentje een tussenstop naar zijn broedgebied. Of zou hij de N3MP geschikt vinden?


* Tjiftjaf, Phylloscopus collybita, Northern Chiffchaff, Pouillot véloce, Zilpzalp *
De laatste jaren overwinteren tjiftjafs steeds vaker in ons land: ze lijken de gevaarlijke trek naar Afrika te vermijden
waardoor ze in alle frisheid de beste broedplekjes kunnen uitzoeken en vol energie de baltstijd ingaan.
De afgelopen maanden heb ik er wel regelmatig gezien, maar nu zijn ze massaal teruggekeerd en laten ze zich goed horen.
Hij roept zijn eigen naam en onderscheidt zich daarmee van de gelijkende fitis waarvan intussen de eerste zijn teruggekeerd.
De zang van de fitis is (Jacq. P. Thijsse): “Frisch en hoopvol, teer en fijn, vergankelijk en weemoedig als deze Paaschweken.
Het liedje begint met een slag, die in tempo zeer veel overeenkomst heeft met het geschetter van den vink,
maar het geluid is zachter, malscher, edeler: de vink toetert op een trompet, het fitisje bespeelt de schalmei.
Als het fitisje aan ’t eind van zijn blij gestemde inleiding is, dan komt er opeens een verrassende wending;
in een klein kort valletje breekt zijn stem – de weemoed van die enkele tonen is onbeschrijfelijk – en
dan sterft het liedje uit in altijd zachter wordende, langzaam dalende toonparen.” Wie schrijft hem dit na?


* Rietgors, Emeritae schoeniclus, Reed Bunting, Bruant des roseaux, Rohrammer *
Binnenkort wordt het druk(ker) met de vogels in het riet, nu zie je er vooral nog maar rietgorzen.


* Grutto, Limosa limosa, Black-tailed Godwit, Barge à queue noire, Uferschnepfe *
Nu het nog kan (want ze zijn nog niet uitgestorven…), kijk ik graag naar grutto’s. Dit mannetje in De Wilck
had zich vanmorgen lekker gewassen in de Hoogeveensche Vaart en ging daarna al zijn veren goed verzorgen. Leuk om naar te kijken!
Over uitsterven gesproken: ik schreef het eerder maar ik zie nog steeds heel weinig kieviten in mijn omgeving.


* Haas, Lepus europaeus, Brown Hare, Lièvre d’Europe, Feldhase *
Het is volop rammeltijd. De hazen hebben er goede zin in, zeker de achterste rammelaar!


* Halmvlieg, Chloropidae spec, a frit fly, Mouche des graminées, eine Halmfliege *
De nauwelijks met het blote oog te onderscheiden halmvliegjes zijn erg klein (ca. 3 mm) en vliegen nu overal rond.
Ze lijken bruin met een wit achterlijf, maar ze hebben een markant geel lichaam en zwarte strepen op de rug.