Auteur Uitgave |
Canon van de Nederlandse boerennatuur Het bespreken van een (natuur)boek is vaak een worsteling. Je ruikt aan een boek, je bladert het door, bekijkt de foto’s en de plaatjes, je leest het en dan heeft zich een beeld gevormd dat je zo goed en objectief mogelijk in woorden probeert over te brengen. Door omstandigheden heb ik de Canon van de Nederlandse boerennatuur pas kunnen lezen ruim nadat het was verschenen. Daardoor had ik al kennisgenomen van meningen van anderen. Hun algemene samenvatting: een belangrijk boek dat een hoopvolle oproep doet op boeren en burgers om de verbroken relatie tussen het boerenbedrijf en de natuur te herstellen. Noodzakelijk om onze wereld leefbaar te houden. Deze interpretaties zijn voornamelijk gebaseerd op de inleidingen in het boek, over (de opkomst van) natuur-inclusieve landbouw en op interviews die Dick de Vos heeft gegeven. Maar in de soortbesprekingen van het boek blijkt dat de middenweg die de auteur wil bewandelen tussen ‘radicale activisten en boze boeren’ is mislukt: hij moet regelmatig vaststellen dat er nog steeds veel mis is in de veeteelt en de akkerbouw. Dat kan ik alleen maar bevestigen. Ik ben geboren en getogen in de polders van de Alblasserwaard en wandel/fiets al tientallen jaren in het Groene Hart van Holland. Ook daar gaat de natuur zienderogen achteruit. Beter gezegd: je moet zoeken naar ‘natuur’, naar ‘oude boerennatuur’. Industrialisatie en schaalvergroting (ook door de intensieve landbouwsector), stikstofdepositie en watervervuiling, verlies van leefgebieden, vervuiling, klimaatverandering, bevolkingstoename, woningbouw, wegaanleg, en vooral niet te vergeten het gebruik van landbouwgif, eufemistisch gewasbestrijdingsmiddelen genoemd. Dat laatste komt ter zijde ter sprake, in zoverre heeft De Vos de landbouwsector gespaard. Zonder afbreuk te willen doen aan zijn gesignaleerde hoopvolle initiatieven van boeren. Dan het boek zelf. De Vos heeft vijftig soorten uitgezocht die karakteristiek zijn voor het boerenlandschap. Zo’n selectie is altijd discutabel. Waarom de grote modderkruiper en niet de kleine modderkruiper die veel algemener voorkomt in boerensloten? Waarom de zeldzame grauwe kiekendief en niet de algemeen in boerenland vliegende bruine kiekendief? Ach, het is allemaal subjectief. De keuze van de auteur lijkt me gerechtvaardigd: hij heeft tenslotte ook naar soorten moeten kijken waarover een ‘verhaaltje’ te vertellen valt. Zoals over aardappelen, de kurk van het akkerbouwbedrijf. Wij zijn aardappeleters. Akkers met aardappelen (een kwart van de landbouwgrond) zijn beeldbepalend. Over de eeuwigdurende band tussen boer en boerenzwaluw: ‘Een zwaluw in de schuur houdt het vee gezond’. Over de geit, een bergbewoner op het platteland. Maar ook overdrager van de besmettelijke Q-koorts met vele doden en nog veel meer chronische zieken. Zo volgt het boek op alfabetische volgorde de ‘boerennatuur’. Gras, het alledaagse wonder. Maar het veel gebruikte Engels raaigras is grasfalt: insecten en vogels hebben er niets te zoeken. Ook steeds minder hazen in het knollenland. Ik heb het vaak in Vogeldagboek gemeld. Onlangs sprak ik een jager die ‘inzicht’ vertoonde: “Wij gaan hier het volgend jaar niet meer jagen om het haas kans op herstel te geven”. (HET haas is een typische jagersterm, zoals HET ree in plaats van de officiële benamingen DE ree en DE haas). De soortbesprekingen zijn boeiend en lezen heerlijk weg. Dat kan deze natuurjournalist/rasverteller heel goed! Kortom: de Canon van de Nederlandse boerennatuur inspireert niet alleen boer en burger om (meer) aandacht te besteden aan plant en dier in onze omgeving, maar geeft vooral ook interessante beschrijvingen van vijftig plant- en diersoorten uit het boerenlandschap. AdG, 31 juli 2025
|
Canon van de Nederlandse boerennatuur
|
|