Veldgids Paddenstoelen III

Veldgids_PaddenstoelenIII

Auteur
Machiel E. Noordeloos

In nauwe samenwerking met
Leo Jalink en Alfons Vaessen

Foto’s
Leo Jalink, Cora van der Plaats, Alfons Vaessen e.a.

Uitgave
KNNV Uitgeverij 2020
240 pagina’s, 15 x 22 cm, harde omslag
ISBN 978 90 5011 795 1
€ 32,95

Meer dan 160 soorten | Determinatiesleutels | Veldkenmerken

Veldgids Paddenstoelen III

Paddenstoelen van de zeereep

Wel eens een zandtulpje in het duin half uit het zand zien steken? Of een peperbus, een soort aardster, met zijn korrelgrote openingen gevonden? Het zijn van die opwindende vondsten van bijzondere soorten zwammen die in onze kustduinen te vinden zijn.

In witte en grijze duinen, ik kende dat onderscheid niet. In witte duinen, met vooral helmvegetatie, met wit zand waar nog geen bodemontwikkeling heeft plaatsgevonden zoals in de door mos en grasland begroeide grijze duinen. Grijze duinen liggen achter de zeereep, de duinen die direct tegen het strand liggen.

Meer dan honderdzestig soorten paddenstoelen worden besproken, met determinatiesleutels en uiteraard veldkenmerken. Lang niet alle paddenstoelen zijn opgenomen. Moeilijk te herkennen of alleen onder de microscoop te onderscheiden soorten zijn niet vermeld, noch soorten die in andere biotopen voorkomen en die zijn beschreven in de eerste twee delen van deze prachtige serie, Paddenstoelen I en Paddenstoelen II

Bij elke soort staan uiteraard de kenmerken, de habitat en de verspreiding, specifieke eigenschappen en, heel fijn, verwijzingen naar boeken over de soort. De foto’s zijn uitstekend!

Grappig vond ik het te lezen dat het mestnestzwammetje een typische bewoner van de zeereep is, terwijl ik ze ook in het Bentwoud (op mest van Schotse hooglanders) heb gefotografeerd.

Als je zo’n fraaie veldgids leest en bekijkt, heb je altijd zin om naar buiten te rennen en de duinen te bestormen. Dat is nu overigens volgens de auteur(s) wel de beste tijd: duinpaddenstoelen verschijnen meestal laat in het seizoen (tot medio december) en zijn, als het niet vriest, ook ‘s winters nog te treffen.

AdG, 11 november 2020