Vogeldeterminatie

 

Vogeldeterminatie.jpg

Auteur
Keith Vinicombe

Tekeningen
Alan Harris en Laurel Tucker

Vertaling
Ger Meesters

Uitgave
Kosmos 2015
396 pagina’s, 14 x 21,5 cm
ISBN 978 90 215 5893 6
€ 29,99

In augustus 2017 is een vrijwel ongewijzigde herdruk verschenen
ISBN 978 90 215 6625 2

Oorspronkelijke titel
The Helm Guide to Bird Identification 2014

 

Vogeldeterminatie1.jpg

Een voorbeeldpagina. ‘s Winters zijn o.m. tureluurs en (zwarte) ruiters lastig uit elkaar te houden, maar niet via dit boek!

Vogeldeterminatie
Ontdek de verschillen tussen vergelijkbare soorten vogels

De veldkennis over vogels neemt af, gevolg van een dalende natuurbeleving. Soortenjagers en fotografen letten minder op gedrag en kenmerken, als de soort maar ‘gescoord’ wordt. Slechts weinigen nemen de moeite om nauwkeurig gedrag, geluid, verenkleed, vorm en vlucht van vogels te bestuderen.

Aan de hand van goede vogelgidsen kunnen de meeste vogels wel op naam worden gebracht. Maar er zijn tal van situaties, ook door lastige licht- of veldomstandigheden, waarin er gerede twijfel is over welke soort je nu precies ziet. Het boek Vogeldeterminatie bundelt de meest recente gegevens van vogelkenners om zowel beginners als ervaren vogelaars op het juiste spoor te zetten. Al vele jaren heb ik het boek Vogeldeterminatie binnen handbereik staan. Dat was de eerste uitgave, uit 1991 die al lang is uitverkocht, met een stevige omslag. Dat had ik ook graag bij dit nieuwe boek gezien, want ik gebruik(te) het vaak.

Hier laat ik de vergelijking tussen beide boeken los, ze wijken te veel van elkaar af. De ‘oude’ opmaak met twee kolommen vond ik makkelijker lezen. Er zijn soorten verdwenen, er zijn nieuwe bijgekomen, er staan veel nieuwe tekeningen in. De index is onhandig, je moet soorten zoeken terwijl een index je juist moet helpen om ze te vinden. De soorten staan onder de families: veldleeuwerik niet bij de V maar bij Leeuwerik enz. En de sprinkhaanzanger onder Zangers. Maar de kleine sprinkhaanzanger weer onder Sprinkhaanzanger…

De Visdief bij de V maar alle andere familiegenoten bij Sterns. De kuifduiker is geen duiker want die staat bij de K en niet bij de duikers. De brilduiker bij de B en niet bij de Eenden. Erg verwarrend allemaal. Alle soorten gewoon op hun naam in het register zetten, is eenvoudig en duidelijk.

Deze schoonheidsfouten doen verder geen afbreuk aan de inhoud. Het boek is geen veldgids om (alle) soorten te herkennen, maar geeft tot in detail de verschillen weer tussen vogelsoorten die (sterk) op elkaar lijken. En dat zijn er nogal wat! Ca. vijfhonderd worden er besproken. In de toelichtende teksten, die aanvullend zijn op de illustraties, worden er nog meer genoemd.

Onmiskenbare soorten – denk aan kraanvogel, bijeneter – passen niet in de opzet van het boek. Enkele uitzonderingen daargelaten, zoals de slobeend. Van mij had ook de lepelaar (verschil man en vrouw, lees je vrijwel nergens iets over) opgenomen mogen worden, maar die komt vrijwel niet in Groot-Brittannië voor, het land van de auteurs.

De tekeningen zijn meesterstukken; er staan ook nog een aantal pagina’s in van de al in 1986 overleden Laurel Tucker (35 jaar). Door gebruik van helderder papier komen de illustraties nog beter tot hun recht dan in de klassieke versie. Het is niet mogelijk in een recensie alle soorten te beoordelen. Zo vond ik bijvoorbeeld tijdens het bladeren de halve maan van vrouwtje beflijster zeker niet bruinig genoeg.

Ik heb er drie soorten uitgepikt voor nadere beschouwing: meeuwen, reigers en grutto’s. Om met mijn stokpaardje te beginnen: er is eindelijk meer aandacht voor de verschillen tussen ‘onze’ grutto en de IJslandse grutto. In zomerkleed en in juveniel kleed zijn deze soorten (islandica wordt nog steeds als ondersoort gezien) goed te onderscheiden, maar ook in dit boek wordt het zo moeilijke onderscheid in de periode februari/april nauwelijks genoemd. Het zou een aantal pagina’s vergen.

De drie soorten zilverreigers (grote, kleine en koereiger) zijn vrij nieuwe broedvogels. Met deze gids kost het niet veel moeite om ze uit elkaar te houden. Al is de teugel van de grote zilverreiger in broedkleed duidelijk groengeel, staat wel in de tekst maar niet op de tekening.

Het sterkst aan veranderend inzicht onderhevig zijn de grote meeuwen. Mede door DNA-onderzoek blijkt dit ‘meeuwencomplex’ veel ingewikkelder dan gedacht. Dacht men dat er één ‘zilvermeeuw’ bestond, het blijken ten minste zes vormen te zijn. En dan nog diverse kleine mantelmeeuwen, en kruisingen…

Over geelpootmeeuw en Pontische meeuw en al die andere gelijkende meeuwen geeft Vogeldeterminatie een prima inzicht. En een goed advies voor vogelaars die meer van deze groep meeuwen willen afweten: begin met het bestuderen van adulte vogels, dan de derde- en tweedejaarsvogels en als je dat in de vingers hebt, ga dan kijken naar juveniele en eerstejaarsvogels, te beginnen met de zilvermeeuwen en de kleine mantelmeeuwen.

EEN GOED BOEK verdient een uitgebreide recensie, met positief-kritische opmerkingen. Daarom deze langere bespreking dan gebruikelijk. Vogeldeterminatie is in de categorie ‘herkenningsgidsen’ een topper, een boek dat vogelaars van beginnend tot gevorderd verrijkt in hun kennis en dat een onmisbaar naslagwerk is bij het op naam brengen van lastig van elkaar te onderscheiden vogelsoorten.

AdG, 15 mei 2015