De leeuwerik

De leeuwerik

Cultuurgeschiedenis van een lyrische vogel

 

Schrijver

Ton Lemaire

Uitgave

AMBO, Amsterdam

2004, 123 pagina’s, 13 x 20,5 cm

ISBN 90 263 1848 0

Prijs

€ 14,95

De leeuwerik
Omslagillustratie Vincent van Gogh
BESPREKING

Heel de dag is niet

genoeg voor de leeuwerik,

die zingen wil, zingen.

Deze haiku van de Japanner Bashô geeft meer dan treffend weer hoe mensen denken over een van de meest bezongen zangertjes, de (veld)leeuwerik. Een onopvallende, vrolijke zangvogel die uitbundig tierelierend naar de hemel stijgt en vanaf grote hoogte de luisteraars bestrooit met zijn klanken.

Heerlijke herinneringen heb ik uit mijn jeugd aan de leeuwerik die áltijd aanwezig was op je speurtochten door de polders. Nu hoor je hem lang niet altijd meer. Maar als hij omhoog fladdert om als stip te eindigen, voel je je blijer als je blij bent en getroost als je verdrietig bent.

Ton Lemaire, geboeid door de rol van vogels in volksgeloof, religie, liederen en poëzie, heeft een boek geschreven over wat de leeuwerik door de eeuwen heen voor de mens heeft betekend en wat voor poëtische ontboezemingen dit heeft opgeleverd. Met citaten van vele dichters en schrijvers zoals Shelley, Gezelle en Shakespeare.

Het gaat vooral over de leeuwerik als stijlfiguur van de ziel van de dichter die zich bevrijdt van de aarde, naar de hemel vliegt en niet meer wil terugkeren.

Lemaire is niet alleen antropoloog maar ook filosoof. Hij kaart vragen aan als: zingen vogels ook uit levenslust of puur functioneel (lokken partner, afbakening territorium) zoals wij mensen leven in een maatschappij die beheerst wordt door nut en doelmatigheid?

Waarom houden Britten meer van vogels dan de volkeren rond de Middellandse Zee? Waarom wordt het lied van de leeuwerik door bijna iedereen ervaren als vrolijk en gelukkig? Waarom is de leeuwerik in de loop van de 20e eeuw van het menu en uit de poëzie verdwenen?

Als natuurliefhebber heb ik bijzonder genoten van dit boek dat bevestigt hoe de cultuur haar inspiratie vindt in de natuur, het begin en de eeuwige bron van ons bestaan. Met zeer lezenswaardige verhalen over de verschillen tussen nachtegaal en leeuwerik, over vloekende leeuweriken, over gekooide en opgevreten vogels, over romantische en over christelijke leeuweriken.

Geen kritiek? Jawel. Lemaire had op z’n minst een hoofdstuk moeten wijden aan de bevlogen beschrijvingen die beroemde ornithologen aan de veldleeuwerik wijden. Alleen al onze Jac. P. Thijsse zou dat waard zijn.

“Nu zingt ook het mannetje zijn grote cantate, compleet met alle versieringen en herhalingen en langer en mooier dan al de verzen die erop gemaakt zijn met elkaar”, schrijft Thijsse in zijn Het Vogeljaar, verwijzend naar o.a. bovengenoemde dichters.

“Zie hem stijgen uit zijn weiland, over een vaart, over een groot hooiland, geel van dotterbloemen, over een meer, omzoomd met wilgen, donzig van miljoenen katjes, over een dorp met mensen (…) en zo verder, tot hij een hoogte bereikt heeft, vanwaar hij hele provincies kan overzien en daar blijft hij dan zweven, zingend en zingend (….). De tonen zijn zo hoog en volgen elkaar zo snel op, dat ’t bijna onmogelijk is de melodie te volgen”.

SAMENVATTING

In ‘De leeuwerik’ beschrijft Ton Lemaire de fascinatie die mensen (in geloof, bijgeloof, dichters) door alle tijden heen hebben gehad voor de (veld)leeuwerik. Het zeer aardige boek is niet alleen informatief maar roept vragen op, geeft stof tot nadenken over de relatie tussen mens en natuur.

19 april 2004