Recensies


Vogelzang



Vogelzang

Schrijver
Don Stap

Vertaling
Gerrit Jan Zwier

Uitgave
Atlas, Amsterdam/Antwerpen
2006, 288 pagina's, 13,5 x 21 cm
ISBN 90 450 1042 9

Prijs
€ 24,90

Oorspronkelijke titel: Birdsong
Uitgave: Scribner, New York

BESPREKING

Ooit schreef Aristoteles: "Men heeft gezien dat een Nachtegaalmoeder zanglessen gaf aan een jonge vogel." En vele eeuwen later kwam een Oostenrijkse baron erachter, dat "Merels elkaar soms roepen, niet met de bedoeling om bij elkaar te komen maar om elkaar aan te sporen om op te vliegen, of om elkaar te waarschuwen of om elkaar te bedreigen." Er is weinig nieuws onder de zon geweest in het begrijpen van vogelzang.

Wij leven in een adembenemende tijd met grote vooruitgang in kennen en weten en we projecteren graag onze eigen ervaringen op de levende natuur en trekken daar dan conclusies uit.

Maar vogeltaal is andere taal. Dat werd helder in de 20e eeuw toen sonograaf, grammofoon, bandrecorder en sinds kort digitale opnametechnieken hun intrede deden. Dankzij de techniek werd bijvoorbeeld duidelijk, dat een vogelliedje dat twee seconden duurt meer dan 100 noten kan bevatten en 50 keer in toonhoogte kan veranderen. Welke componist doet dat na?

Over de geschiedenis van de studie van vogelzang en het waarom ervan is een inspirerend boek verschenen van de hand van Don Stap, van beroep dichter en literatuurwetenschapper aan de University of Central Florida.

Behalve een historisch overzicht van de studie van geluiden die vogels maken van oudheid tot heden is het ook het verhaal van een onderzoeker van Hollandse komaf, Don Kroodsma.

Stap laat zijn lezers doordringen in deze soms vreemde vogel die zichzelf ergens "die koppige Hollander" noemt en in zijn discipline bekend staat om zijn krasse, soms knarrige uitspraken. Zo zijn moleculair biologen in zijn ogen celvernietigers, "snijders", die hij tegenover "echte wetenschappers", kijkers stelt.

We volgen Kroodsma en zijn collega's tijdens hun onderzoeksreizen dwars door Noord-Amerika en de Amazone. Door deze aanpak - soms leest het als een reisverslag - komt de kennis makkelijk tot de lezer. En de schrijver maakt het bijna allemaal zelf mee, waardoor het boek vol persoonlijke anekdotes zit.



Zangvogels worden in twee groepen opgesplitst: de niet echte (Suboscines) en de echte (Oscines). Het verschil zit 'm grofweg in genetisch vastgelegde zangpatronen bij de Suboscines en de leerzang bij de Oscines. De laatsten leren hun liedjes bijna op dezelfde manier als onze kinderen hun spraak. En net als bij ons werkt leerzang mee aan het ontstaan van dialecten.

Zuid-Amerika is het continent met de grootste dichtheid aan niet echte zangvogels. Er is weinig variatie in hun zang te horen, maar toch blijken er dialecten te bestaan. Dit illustreert Kroodsma aan de klokvogels van Midden- en Zuid-Amerika.

Kroodsma zet zich fel af tegen laboratoriumonderzoek waarbij alleen gekeken wordt naar de reactie van meer vogels op de zang van één vogel in gevangenschap. Onderzoek aan populaties in de vrije natuur levert veel meer op, want dan leer je ook de variatie in de zang en de interacties met de omgeving te interpreteren.

Handig van de vertaler is - om verwarring te voorkomen - het gebruik van de oude naam boekvink voor onze Europese vink en vink voor Amerikaanse soorten. Vrijwel alle besproken vogels leven op het westelijk halfrond.

Het wachten is op een vergelijkbaar populair boek over het wetenschappelijk onderzoek aan de echte zangvogels van de Oude Wereld, waar we het nu nog moeten doen met Vogelzang van Jac.P.Thijsse uit 1938.

SAMENVATTING

Dit boek over vogelzang is een openbaring. De uitstekende Nederlandse vertaling vult een leemte in ons taalgebied op dit nog veel verder te ontginnen terrein van wetenschap.

Arno van Berge Henegouwen, 26 oktober 2006

Recensies Vogels