Recensies


Klein Kanoetenboekje


Schrijver
Koos van Zomeren

Aquarellen (zwart-wit)
Erik van Ommen

Uitgave
KNNV Uitgeverij, Zeist
2003, 96 pagina's
ISBN 90 5011 185 8

Prijs
€ 11,95

Kanoetenboekje

BESPREKING

Vorig jaar hebben Russische wetenschappers een ondersoort van de kanoet vernoemd naar de Nederlandse bioloog dr. Theunis Piersma. De naam van deze steltloper: Calidris canutus piersmai. Is het de kroon op het werk van iemand die onderzoek doet naar een vogelsoort die snel aan het uitsterven is?

Deze naamgeving staat niet in het Klein Kanoetenboekje van Koos van Zomeren. Het is een bundeling van verhalen die hij eerder schreef over steltlopers in het algemeen en kanoeten in het bijzonder. Zijn vriend Piersma duikt veelvuldig in het Kanoetenboekje op, dat kan als wereldwijd erkend kanoetenexpert ook niet anders.

De zwart-wit aquarelstreken van Erik van Ommen illustreren hoe broos het leven van steltlopers is. Van mij hadden ze groter afgedrukt mogen worden, uit ervaring weet ik hoe moeilijk het is om met wat waterverf zo treffend een dier te schetsen.

In zijn verhalen volgt Van Zomeren, chronologisch, het spoor van de experimenten en de bevindingen van Piersma. Over het merkwaardig orgaan in de puntsnavel van de kanoet ("Een gemiddelde steltloper, Jan Modaal op de wadden") dat drukverschillen in vochtig zand kan vaststellen, onmisbaar hulpmiddel bij het opsporen van zijn hoofdvoedsel, nonnetjes, tweekleppige schelpdiertjes. Door het omploegen van de bodem door vissers kunnen kanoeten geen voedsel meer traceren.

Over de (kwaadaardige) rol van parasieten, over het verbranden van 'overbodige' organen als o.a. maag en darmen tijdens de trek, maar vooral over de teloorgang van het wad. Van Zomeren mengt leerzame feiten en verrassende woorden in kortdradige zinnen, je wordt heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop ("Onvergetelijk rood kleurde het landschap, maar niet van de kanoeten") of hij gebruikt een overtuigende beeldspraak ("Zoals kinderen aan duimzuigen doen, zo doen kanoeten aan snavelwroeten").

Koos van Zomeren is een jaargenoot. Hij is ook journalist geweest, maar verder mag ik me niet met hem vergelijken. Hij manifesteert wel dezelfde gevoelens. In mijn jeugd liep ik door de polders en hoorde ik overal de veldleeuweriken zingen. Waar zijn ze gebleven? Schrok ik van opvliegende patrijzen. Je ziet ze bijna niet meer. Net zomin als boterbloemen, en van hun zaadjes moeten de patrijzen het hebben.

Zo zou ik een hele reeks kunnen maken, maar het verhaal is verschrikkelijk in zijn eenvoud: wij, mensen, hebben ze verdrongen. In dit boek bevestigt Van Zomeren dit allemaal: "Je kunt hier sowieso al geen eidereend meer zien zonder te denken dat het beest zit dood te gaan van de honger. Zo diep is de Waddenzee inmiddels gezonken".

SAMENVATTING

Koos van Zomeren verhaalt in zijn Klein Kanoetenboekje in lichtvoetig aaneengeregen woorden de schrille tegenstellingen tussen oneindige, rustgevende kustgebieden en de diepe sporen, de zware wonden, die vissers daarin achterlaten. Een boekje om in een fijn hoekje met een glas water of wijn van te genieten, en om van te huiveren.

12 november 2003

Recensies Vogels