ANWB Vogelgids van Europa

ANWB_Vogelgids

Tekst en verspreidingskaarten
Lars Svensson

Illustraties en bijschriften
Killian Mullarney, Dan Zetterström
en Peter J. Grant (†)

Bewerking en vertaling
Arnoud B. van den Berg, André J. van Loon
en Frank G. Rozendaal

Uitgave
Kosmos Uitgevers, zevende druk 2017
448 pagina’s, 14 x 20,5 cm
ISBN 978 90 215 6595 8
€ 32,99

Oorspronkelijke titel
Fågelguiden Europas och medelhavsområdets fåglar i fält

ANWB_Vogelgids1

ANWB Vogelgids van Europa
(de Svensson)

De opvallendste vernieuwing van de zevende druk ANWB Vogelgids is de voorkant: geen harde kaft meer maar een flexibele omslag met een plastic beschermhoes. Uitstekend! (Tussen haakjes: in mijn vorige recensies had ik daarom gevraagd…)

Aan de binnenzijde is niet veel veranderd. De afbeeldingen en de teksten zijn zoals ze waren, maar de gegevens zijn geactualiseerd. Zo wordt de Afrikaanse woestijngrasmus vorig jaar in Alphen aan den Rijn al vermeld. De meeste waarnemingen zijn bijgewerkt tot en met 2016. Dat geldt ook voor de literatuurlijst: zo wordt bijvoorbeeld de recente uitgave van Dick Forsman ‘Handboek determineren van vliegbeelden Roofvogels’ reeds genoemd.

Een in het oog lopende verandering is in het register te vinden. De vogelnamen worden niet alleen meer per soort vermeld (grote barmsijs, kleine karekiet), maar ook per geslacht (barmsijs, karekiet). Het lijkt een kleine toevoeging, maar in de praktijk is het echt handig. Als je bijvoorbeeld een meeuw hebt gezien maar je weet niet precies welke soort, krijg je nu bij ‘meeuw’ een overzicht van alle soorten. Dat maakt het zoeken naar je waarneming een beetje gemakkelijker.

Opmerkelijk blijft dat de befaamde auteur Lars Svensson star vasthoudt aan vogelnamen die volgens de algemeen aanvaarde taxonomie aangepast moeten worden. Bijvoorbeeld bij vinkensoorten. Kneu, frater, barmsijzen, sijzen heetten Carduelis. Volgens de nieuwste regels Linaria, Acanthis of Spinus. (De gebruikelijke namen staan in de Lijst van Nederlandse vogelsoorten.) De bewerkers van auteur Svensson voorspellen dat in toekomstige edities radicale veranderingen in de systematiek noodzakelijk zijn.

Bovenstaande opmerkingen betreffen de nieuwste versie. Overeind blijven staan mijn commentaren op eerdere drukken van deze bijzonder populaire vogelgids. Zoals: In ruim tien jaar tijd heeft deze ANWB Vogelgids van Europa zich voor vogelliefhebbers even onmisbaar gemaakt als de verrekijker. En: Mede door aanpassingen aan recente inzichten blijft de ANWB-gids een ogenschijnlijk niet te achterhalen voorsprong behouden op andere veldgidsen.

Voor degenen die de ANWB Vogelgids niet kennen: er worden maar liefst 770 soorten beschreven met meer dan vierduizend karakteristieke kleurentekeningen. Op de linker pagina’s staan de tekst en de verspreidingskaarten en op de rechter pagina de afbeeldingen. Geen enkele veldgids verstrekt zoveel informatie over de verschillende verenkleden van adulte mannetjes en vrouwtjes, juveniele vogels, vogels in verschillende fases voordat ze volwassen zijn, vliegbeelden enz. Met streepjes worden de opvallendste kenmerken geaccentueerd (zie afbeelding sperwer en havik hiernaast).

Kan het nog beter? Jawel. Er zijn gegevens over sommige soorten bekend die (nog) niet zijn vermeld maar die een waardevolle toevoeging zouden zijn. Bijvoorbeeld over de grootte van de bles van meerkoeten en waterhoentjes (mannetjes groter), over de snavels van de lepelaars (mannetjes hebben een langere snavel met gebogen punt, vrouwtjes hebben een rechte snavel. Bij mannetjes loopt het voorhoofd vrijwel in één lijn door met de snavel, vrouwen hebben een duidelijk voorhoofd). Het zijn details waar ook ervaren vogelaars graag kennis van zouden nemen.

Al met al: de ANWB Vogelgids van Europa blijft de onbetwiste topper voor determinatie van alle vogels en dwaalgasten in Europa en aangrenzende Aziatische en Afrikaanse gebieden. ‘De Svensson’ steekt nog steeds met kop en schouders uit boven alle andere gidsen met getekende vogels.

AdG, 29 september 2017