Een Haagse vogelaar

Een_Haagse_vogelaar.jpg

Auteur
Gerard Ouweneel

Uitgave
Uitgeverij Liverse, 2016
168 pagina’s, 14,5 x 21,5 cm
ISBN 978 94 91034 95 4
€ 19,95

Een_Haagse_vogelaar_telekanon.jpg

Met dit soort zelfgebouwde, loodzware apparatuur gingen de pioniers op het gebied van de vogelfotografie op stap.
Dit is het ‘telekanon’ van Kooijmans na de Tweede Wereldoorlog op De Beer.

Een Haagse vogelaar
Het leven van Frans P.J. Kooijmans

Snuiven aan de romantiek van oude vogelaars. Hun inspanningen en ontberingen om (zeldzame) vogels te spotten en te fotograferen staan in geen enkele verhouding tot het gemak en het gerief van huidige vogelaars, twitchers en fotografen. Dit boekje verhaalt over een bezeten vogelliefhebber in nog niet zo lang vervlogen tijden.

Kooij (1907-1997) verwierf grote bekendheid door zijn destijds vermaarde manier van fotograferen, waarvoor hij (internationale) onderscheidingen ontving. Maar ook ‘officiële’ berispingen omdat hij daarbij de grenzen van verstoringsgedrag overschreed. Andere eigentijdse fotografen als Adolphe Burdet stonden bekend om ‘vriendelijker’ benadering van vogels. Tegenwoordig wordt verstorend gedrag door met name twitchende fotografen nauwelijks meer aangepakt.

Volgens verteller Gerard Ouweneel, die regelmatig met Kooijmans op stap ging, ging het er bij Kooijs vogelfotografie niet altijd zachtzinnig aan toe. Kooij heeft ook zijn hele leven vogels geringd (ik heb niets gelezen over resultaten daarvan), zoals op een dag in 1950 van zestig fraters (Ockenburgh?). Een Noord- en Oosteuropese soort die je bij ons steeds minder ziet.

Kooijmans was vooral actief op het legendarische vogeleiland De Beer, met talloze vogels en zeldzame broedvogels als lachsterns en een grote kolonie grote sterns. Morinelplevieren vertoefden er in flinke aantallen. Totdat de ‘vooruitgang’ (havens Rotterdam) dit fameuze gebied opslokte.

Met de beperkte fotografische middelen van destijds wist Kooij toch, met eigengemaakte apparatuur, spraakmakende foto’s te maken, zoals in 1929 van een vliegende vorkstaartmeeuw op Scheveningen. In het boekje staan meer van die oude foto’s in zwart-wit. Een boekje trouwens dat simpel is van opmaak en storende fouten bevat (overlijdensjaar Kooijmans 1937 i.p.v. 1997; de naam van Jac. P. Thijsse consequent foutief met een y). (Intussen is er een gecorrigeerde versie verschenen.)

Het is een nostalgisch boekje over een vogelpionier dat je met rode oortjes leest. Over zijn belevenissen, gebaseerd op vele dagboeknotities, op De Beer, op Schouwen-Duiveland, op Texel (velduilen), in en rond Den Haag en op Groenland. Meestal zwaar bepakt op logge fietsen. Over de grote trap, broedende paapjes en grauwe klauwieren en de otter in 1947 in Ockenburgh. Over grauwe kiekendieven die kort na de oorlog op de torenvalk na de meest voorkomende broedende roofvogel was.

Boekjes als ‘Een Haagse vogelaar’ werken in deze tijd van digitale fotografie, gerieflijke auto’s en vogelkijkhutten (tegen betaling) en systemen om elkaar snel van zeldzame vogels op de hoogte te stellen, op je in als een vertraagde film vol niet meer bereikbare avonturen.

AdG, 6 januari 2017